Hallo,
Sliep jij gisteren goed?
Ik vraag het, want het was volle maan. En vroeger was dat net de nacht dat ik het slechtst sliep.
Er was een tijd dat ik de dagen rond de volle maan gewoon wilde overleven. Ik was rusteloos, kort van lont, ik vloog uit om niks. En de ochtend erna snapte ik niet waar het vandaan kwam. Ik telde gewoon af tot het voorbij was.
Tot ik iets begon te merken. De ene volle maan deed me heel anders voelen dan de andere. De ene keer lag ik wakker van mijn werk, de andere keer van iets in een relatie. Alsof er telkens op een andere plek geduwd werd.
Dat was mijn aanleiding om astrologie te gaan studeren. Niet om haar te leren negeren, maar om te snappen wat ze me kwam vertellen.
En wat ik ontdekte, veranderde alles.
De volle maan zet een spotlight aan. Eén deel van je leven komt ineens vol licht te staan. Precies daar waar iets al een tijd onder de oppervlakte lag te smeulen. Je emoties worden er groter. Wat je anders wegdrukt, wordt luid.
Dat voelt lastig als je niet weet wat er gebeurt. Maar als je het wél weet, wordt het iets anders. Dan is die spotlight geen straf, maar een aanwijzing.
Nu, voor elke volle maan, kijk ik welk deel van mijn leven ze in het licht zet. Ik voel wat ze bovenhaalt. En dan schrijf ik voor mezelf een paar reflectievragen waar ik echt mee aan de slag ga. Ik haal er inzichten uit. Ik neem een besluit. Ik zet een stap.
Zoals altijd maak ik het praktisch.
En het gekke is: ik kijk er nu naar uit. Wat vroeger dagen waren om door te komen, zijn nu dagen waarop ik vooruit ga. Waarop ik opruim wat mocht smeulen en helderder zie wat ik wil.
Van vijand werd ze mijn bondgenote.